Home

Agenda

Evenementen

Regels

Opgeven

Fotoalbum

Forum

Links

Contact

Nieuwsarchief

Veel gestelde vragen

Het Eiland 

Nog steeds dronken van de overwinning op de Rode Koningin, viert Warren dagen en nachten feest. De gruwelen die de Koningin met zich meegebracht had, waren eindelijk tot een eind gekomen. Leven werd weer zoals te verwachten is van een gezellig klein dorpje als Warren.

Dagen gingen voorbij en de avonturiers die Warren meerdere keren gered hadden van de ondergang, bleven achter als de beschermelingen van het dorp: Orc aanvallen afwerend, bandieten verdrijvend. Warren werd een erg aangename plek om te vertoeven en de inwoners waren de avonturiers erg dankbaar voor hun hulp. Echter, nadat er enkele weken vertreken kreeg Warren meer en meer bezoekers uit andere streken van het land. Niet zo zeer echte bezoekers, maar ze hadden meer een gevoel van vluchtelingen om hun heen hangen.

Ze bleven nooit lang, ze sloegen voorraden in met het kleine beetje geld dat ze hadden en vertrokken weer zo snel mogelijk, amper een woord wisselend, vragen over wat er gebeurd is alleen beantwoordend met “Ga weg nu het nog kan, ze zullen ook voor jullie komen.” Maar de mensen van Warren waren trots. Tenslotte hadden ze duivels uitgedreven, machtige magisters verslagen en waren ze zelfs bedreven in tijdreizen. Wat dit ook was, ze zouden het wel even stevig aanpakken mocht het inderdaad naar Warren komen zoals de vluchtelingen  suggereerden.
En naar Warren komen, dat deed het.

 Het was nacht, de mensen van Warren lagen lekker in hun huizen te slapen toen plotseling de klokken van de kerk begonnen te luiden - het alarm. Er was iets gaande. Terwijl de mannen van Warren hun schoppen en hooivorken pakten, verstopten de vrouwen en kinderen zich in het huis. De avonturiers deden snel hun pantsers aan, grepen hun wapens en haastten zich naar het dorpsplein. Het was een chaos, lichamen lagen verspreid over het plein, onbewegelijk, terwijl de mensen die nog stonden met hun hooivorken en schoppen de belagers op een afstand probeerden te houden. Het was moeilijk te zien in het duister, maar de belagers leken in ieder geval menselijk. Tenminste, dat deden ze tot een van de wezens zijn hand omhoog hield om een slag uit te delen, en in plaats van een hand een vreselijke klauw blootgaf.
De klauw sneed zonder twijfel door het vlees van de arme dorpeling,
en hij zakte op zijn knieën, het wezen rende door naar zijn volgende
slachtoffer.

Tenmidden van de chaos stond de schout, Dwayne, de wezens dapper op afstand houdend, maar verscheidene scheuren in zijn tuniek en gaten in zijn maliën lieten zien dat het zijn tol begon te eisen. Na de avonturiers het plein op zien te stromen riep hij ze toe; “Vertrek, vrienden, het zijn er teveel en wij zijn verloren. Neem mee wie jullie kunnen vinden en vlucht van hier! Wij houden ze op afstand zolang we nog kunnen.” Na deze woorden was het duidelijk dat de schout gelijk had, het was hopeloos. Om hen heen begonnen de laatste verdedigers te vallen en toonde door de linies heen dat er veel te veel van die, wat het ook waren, waren om te verslaan. De avonturiers besloten Dwayne’s woorden aan te nemen, en begonnen te vluchten uit het dorp. Achter hun was een aanvalskreet van Dwayne te horen, die halverwege veranderde in een pijnlijke gorgel en stil viel.

Tijdens hun vlucht uit het dorp werden de avonturiers achterna gezeten en van de zijkanten besprongen door de wezens en hoewel ze zo dichtbij waren, leken ze schaduwen als een gewaad om zich heen te dragen. Ze vochten terug met tand en nagel, maar het leek de wezens niet in het minst te deren, hoogstens te vertragen. De avonturiers begonnen in plaats van te vechten, wanhopig een uitweg te zoeken, weg van deze wezens en deze hel. Ze begonnen te rennen, sneller en sneller, weg van Warren, weg van hier. Ze bleven rennen tot ze niet meer konden, en dachten aan wat de vluchtelingen gezegd hadden.

“Ga weg nu het nog kan, ze zullen ook voor jullie komen.” En gekomen, oh ja, dat waren ze.
 
   
Foto's: Het Eiland 3
[Home] [Agenda] [Opgeven] [Contact]